Wanneer is navigatieverlichting op een boot verplicht?

Binnen het Binnenvaartpolitiereglement betekent ’s nachts de periode tussen zonsondergang en zonsopgang. Tijdens die periode moet je de navigatieverlichting voeren die bij jouw schip en situatie hoort.

Maar alleen naar de klok kijken is niet voldoende.

Het BPR bepaalt ook dat de lichten die voor de nacht zijn voorgeschreven overdag moeten worden gevoerd wanneer het zicht dat vereist. Denk bijvoorbeeld aan mist of andere omstandigheden waarin je slecht zichtbaar bent.

Kort samengevat:

Situatie Navigatieverlichting
Overdag bij goed zicht Normaal niet nodig
Tussen zonsondergang en zonsopgang Verplicht volgens het type schip
Overdag wanneer het zicht dit vereist Nachtverlichting voeren
Stilliggend of voor anker Andere regels dan tijdens het varen

Let op: navigatieverlichting voeren betekent niet automatisch dat het verantwoord of toegestaan is om bij dichte mist door te varen. Daar gelden aanvullende regels voor.

Welke regels gelden voor bootverlichting in Nederland?

Voor veel Nederlandse binnenwateren krijg je te maken met het Binnenvaartpolitiereglement (BPR). Dat reglement bevat onder andere regels over navigatieverlichting, dagtekens en geluidsseinen.

Het BPR geldt echter niet op ieder Nederlands vaarwater.

Rijkswaterstaat geeft aan dat Nederland verschillende scheepvaartreglementen kent. Naast het BPR bestaan bijvoorbeeld aparte regels voor de Rijn, Waal en Lek, de Westerschelde, het Kanaal van Gent naar Terneuzen, de Gemeenschappelijke Maas en de Eemsmonding. Voor Nederlandse kustwateren geldt weer een afzonderlijk reglement.

Controleer daarom altijd welk vaarreglement geldt in het gebied waar je vaart.

In deze gids richten we ons vooral op de BPR-regels voor kleine recreatievaartuigen. Een klein schip is binnen het BPR in beginsel een schip met een lengte van minder dan 20 meter, met enkele uitzonderingen.

Vaartlander Boats - DSC00827

Wat betekenen toplicht, boordlicht, heklicht en rondomschijnend licht?

Om de regels te begrijpen, helpt het eerst om te weten wat de verschillende navigatielichten betekenen.

Boordlichten

De boordlichten laten vooral zien in welke richting een schip vaart:

  • rood aan bakboord;
  • groen aan stuurboord.

Volgens het BPR schijnt ieder boordlicht over een hoek van 112,5 graden.

Toplicht

Een toplicht is wit en schijnt vooruit en gedeeltelijk naar beide zijden. Het officiële lichtbereik is 225 graden.

De naam kan verwarrend zijn: een toplicht hoeft bij een klein motorschip niet letterlijk boven op een mast te zitten. De toegestane positie hangt af van de gekozen lichtopstelling.

Heklicht

Het witte heklicht is naar achteren zichtbaar en bestrijkt een hoek van 135 graden.

Rondomschijnend wit licht

Een rondomschijnend licht is over 360 graden zichtbaar. Het wordt onder andere gebruikt bij bepaalde kleine boten en bij stilliggende schepen.

Samen vertellen de lichten andere schippers dus niet alleen dát er een boot ligt of vaart, maar ook welke kant het schip op beweegt en vanuit welke richting je het ziet.

Welke navigatieverlichting moet een motorboot of sloep voeren?

Voor de meeste recreatieve motorboten en sloepen korter dan 20 meter gelden de regels voor een klein motorschip.

Een klein motorschip voert ’s nachts in de basis:

  • rood en groen boordlicht;
  • een wit toplicht;
  • een wit heklicht.

Het BPR kent daarbij meerdere toegestane manieren om deze lichten te plaatsen. Zo mogen onder voorwaarden het toplicht en heklicht worden vervangen door één wit rondomschijnend licht, terwijl de rode en groene boordlichten behouden blijven.

Dat laatste is belangrijk: één wit rondomschijnend licht is bij een normale motorboot niet automatisch voldoende.

Uitzondering voor kleine open motorboten onder 7 meter

Voor een heel specifieke categorie geldt wel een eenvoudigere regel.

Een alleenvarend open motorschip korter dan 7 meter, waarvan de hoogst bereikbare snelheid niet meer dan 13 km/u ten opzichte van het water bedraagt, mag volgens het BPR volstaan met één wit rondomschijnend licht.

Alle voorwaarden moeten dus kloppen:

  • open motorboot;
  • korter dan 7 meter;
  • maximaal 13 km/u.

Een sloep van 6 meter die sneller kan varen dan 13 km/u valt niet onder deze uitzondering.

Daar gaat het in de praktijk nog weleens mis: de lengte wordt bekeken, maar de maximale snelheid niet.

Wil je weten hoe snelheid samenhangt met motorvermogen? Lees dan ook onze gids Hoeveel pk heeft mijn boot nodig?

Ons aanbod boten

Welke verlichting moet een zeilboot voeren?

Voor een klein zeilschip gelden andere regels dan voor een motorschip.

Een klein zeilschip dat daadwerkelijk onder zeil vaart, voert volgens het BPR in beginsel:

  • rood en groen boordlicht;
  • een wit heklicht.

Deze lichten mogen in bepaalde toegestane configuraties worden gecombineerd, bijvoorbeeld in één lantaarn aan of nabij de top van de mast.

Zeilboot korter dan 7 meter

Is het kleine zeilschip korter dan 7 meter, dan mag het volgens het BPR in plaats daarvan één wit rondomschijnend licht voeren.

Daar hoort wel een aanvullende verplichting bij: bij het naderen van een ander schip en gevaar voor aanvaring moet een tweede wit licht worden getoond om de aandacht te trekken.

De oude vuistregel “een zeilboot mag gewoon één wit licht voeren” is dus te breed.

Zeilen met de motor aan

Gebruik je bij een klein zeilschip tegelijkertijd de mechanische voortstuwing, dan wordt dat voor de vaarregels niet hetzelfde behandeld als uitsluitend zeilen.

Overdag moet zo’n schip volgens het BPR bovendien een zwarte kegel met de punt naar beneden voeren.

Welke verlichting moet een roeiboot, kano of ander spierkrachtvaartuig voeren?

Voor een klein schip dat door spierkracht wordt voortbewogen is de regel relatief eenvoudig.

Volgens het BPR moet zo’n schip ’s nachts een wit rondomschijnend licht voeren. Dat geldt bijvoorbeeld voor een roeiboot en kan, afhankelijk van het vaartuig, ook relevant zijn voor kano’s en vergelijkbare kleine vaartuigen.

Zorg dat het licht daadwerkelijk rondom zichtbaar is.

Een lampje dat laag in de kuip ligt, wordt afgeschermd door personen of bagage of alleen naar voren schijnt, voldoet niet automatisch aan het doel van een rondomschijnend navigatielicht.

Welke verlichting heb je nodig bij ankeren of stilliggen?

Zodra je stilligt, gelden andere lichtregels dan tijdens het varen.

Een klein schip dat stilligt moet ’s nachts in beginsel een wit rondomschijnend licht voeren op een plek waar dit het best kan worden gezien.

Er zijn echter uitzonderingen.

Het BPR bepaalt onder andere dat de voorgeschreven tekens niet hoeven te worden gevoerd wanneer een schip:

  • op een veilige ligplaats ligt;
  • direct of indirect aan de oever ligt en door aanwezige verlichting voldoende zichtbaar is;
  • op een daarvoor aangewezen locatie ligt waar de bevoegde autoriteit dit toestaat;
  • in een vaarweggedeelte ligt waar varen niet mogelijk of verboden is.

Daarom is de regel “zodra je ergens aangemeerd ligt moet altijd het ankerlicht aan” te simpel.

Ligt je sloep ’s nachts voor anker buiten een veilige ligplaats, dan is het rondomschijnende witte licht juist wél belangrijk om ervoor te zorgen dat ander vaarverkeer je kan herkennen.

Wat geldt bij mist en slecht zicht?

Bij slecht zicht is navigatieverlichting slechts één onderdeel van veilig varen.

Zoals gezegd moeten de voorgeschreven nachtlichten ook overdag worden gevoerd wanneer het zicht dat vereist.

Maar dat betekent niet dat je vervolgens gewoon kunt doorvaren.

Op bepaalde vaarwegen moet bij slecht zicht op radar worden gevaren. Een schip dat daar niet op radar kan varen, moet volgens het BPR op de dichtstbijzijnde geschikte plaats gaan stilliggen.

Rijkswaterstaat adviseert recreatievaarders die zonder geschikte radar door mist worden overvallen eveneens om zoveel mogelijk stuurboordwal te houden en op een geschikte plaats buiten de vaargeul te gaan stilliggen totdat het zicht verbetert.

Ook voor geluidsseinen, radar en marifoon gelden aparte regels.

Een klein motorschip moet een geschikte scheepstoeter of hoorn kunnen gebruiken voor de geluidsseinen die voor kleine schepen relevant zijn. Een niet op radar varend klein schip is onder het BPR echter niet verplicht het reguliere mistsein te geven; het mág dat wel doen.

Wil je weten wanneer een marifoon verplicht of verstandig is? Lees dan onze gids Marifoon: verplichtingen en regels.

Waar moet navigatieverlichting op je boot worden geplaatst?

Goede lampen zijn niet genoeg. De plaatsing en zichtbaarheid moeten eveneens kloppen.

Het BPR stelt eisen aan onder andere:

  • de kleur van het licht;
  • de horizontale uitstraling;
  • de lichtsterkte;
  • de positie ten opzichte van andere navigatielichten;
  • de zichtbaarheid.

Navigatielantaarns moeten bovendien voldoen aan de daarvoor geldende eisen en het voorgeschreven keurmerk of certificaat hebben.

Let in de praktijk vooral op deze punten:

Voorkom dat boordlichten naar de verkeerde kant zichtbaar zijn

Rood hoort bij bakboord en groen bij stuurboord. De afscherming van de lamp is belangrijk omdat een andere schipper aan de kleur moet kunnen herkennen vanuit welke hoek hij jouw boot ziet.

Zorg dat een rondomschijnend licht echt rondom zichtbaar is

Een buiskap, bimini, persoon of ander onderdeel van de boot kan het licht afschermen.

Controleer dit niet alleen vanaf de stuurpositie, maar loop rondom de boot wanneer dat mogelijk is.

Controleer de verlichting vóór vertrek

Doe dit vooral als je normaal bijna nooit in het donker vaart.

Controleer:

  • werken alle lampen?
  • zijn de lenzen schoon?
  • zitten stekkers en aansluitingen goed?
  • wordt geen licht afgeschermd?
  • is draagbare verlichting voldoende opgeladen?

Een defect ontdekken zodra het donker wordt, is te laat.

Mag sfeerverlichting of dekverlichting aan tijdens het varen?

Ja, verlichting aan boord is niet automatisch verboden. Maar ze mag de voorgeschreven navigatieverlichting niet moeilijker herkenbaar maken of daarmee worden verward.

Het BPR verbiedt verlichting die tot verwarring met nautische tekens kan leiden of de herkenbaarheid daarvan bemoeilijkt. Verlichting en zoeklichten mogen ook niet zo worden gebruikt dat ze andere vaarweggebruikers verblinden of hinderen.

Wees daarom voorzichtig met:

  • zeer felle LED-strips;
  • gekleurde verlichting dicht bij boordlichten;
  • sterke schijnwerpers;
  • fel verlichte dekken;
  • verlichting die de schipper zelf verblindt.

Een praktische vuistregel: andere schippers moeten jouw navigatielichten direct kunnen herkennen.

Veelgemaakte fouten met navigatieverlichting

In de praktijk zijn het vaak geen ingewikkelde regels die problemen veroorzaken, maar eenvoudige fouten.

Let vooral op:

  • alleen een wit licht voeren terwijl rood en groen ook verplicht zijn;
  • de uitzondering voor boten onder 7 meter gebruiken terwijl de boot sneller kan dan 13 km/u;
  • een rondomschijnend licht laten afdekken door de kap;
  • bakboord- en stuurboordlichten verkeerd monteren;
  • kapotte of slecht zichtbare lampen;
  • sfeerverlichting gebruiken die de navigatielichten minder herkenbaar maakt;
  • vergeten dat de regels ook overdag kunnen gelden wanneer het zicht dat vereist;
  • tijdens het stilliggen dezelfde verlichting laten branden als tijdens het varen.

We zien dat vooral draagbare verlichting makkelijk verkeerd wordt geplaatst. Draagbaar kan prima zijn wanneer dat voor jouw vaartuig is toegestaan, maar het lichtbeeld moet nog steeds kloppen.

Boete voor varen zonder de juiste verlichting

Varen met ontbrekende of onjuist gevoerde navigatieverlichting kan worden beboet.

Voor een klein motorschip vermeldt het officiële Feitenboekje 2026 bijvoorbeeld:

  • €110 als één verplicht licht ontbreekt;
  • €160 als twee verplichte lichten ontbreken;
  • €240 als drie verplichte lichten ontbreken;
  • €370 als vier verplichte lichten ontbreken.

Ook verlichting die wel aanwezig is maar niet op de juiste wijze wordt gevoerd kent afzonderlijke boetebedragen.

Voor een volledig overzicht van actuele bedragen verwijzen we naar onze gids Boetes op het water in 2026.

Los van de boete is het veiligheidsrisico belangrijker. Andere schippers gebruiken jouw lichtbeeld om te bepalen wat voor schip ze zien, welke richting je vaart en hoe ze veilig kunnen passeren.

Vaartlander-advies: controleer het lichtbeeld, niet alleen de lamp

Bij navigatieverlichting kijken we niet alleen of er ergens een rood, groen en wit lampje zit.

De belangrijkste vraag is: wat ziet een andere schipper?

Ga daarom een keer in het donker rondom je boot staan terwijl de verlichting brandt. Controleer de boot van voren, van beide zijkanten en van achteren. Zo zie je snel of een kap, railing of andere uitrusting een lamp afschermt.

Controleer daarnaast aan het begin van het vaarseizoen alle aansluitingen en lampen. Zeker bij een boot die voornamelijk overdag wordt gebruikt, kunnen problemen met navigatieverlichting lang onopgemerkt blijven.

Twijfel je welke lichtvoering bij jouw boot hoort? Kijk dan altijd naar het specifieke type boot, de lengte, maximale snelheid en het vaargebied. Alleen de uitspraak “mijn boot is kleiner dan 7 meter” is bijvoorbeeld niet genoeg om te bepalen welke verlichting je mag voeren.

Jij vaart. Wij regelen de rest.

Veelgestelde vragen over navigatieverlichting op boten

Een klein motorschip voert ’s nachts in beginsel rood en groen boordlicht plus de voorgeschreven witte verlichting. Het BPR kent verschillende toegestane opstellingen. Alleen een open motorboot korter dan 7 meter die maximaal 13 km/u kan varen, mag onder het BPR volstaan met één wit rondomschijnend licht.

In ieder geval tussen zonsondergang en zonsopgang. Ook overdag moeten de voor de nacht voorgeschreven lichten worden gevoerd wanneer het zicht dat vereist.

Bakboord is rood en stuurboord groen. Deze boordlichten helpen andere vaarweggebruikers bepalen in welke richting je boot vaart.

Niet automatisch. Dat mag onder het BPR wel bij een alleenvarende open motorboot korter dan 7 meter waarvan de hoogst bereikbare snelheid niet meer dan 13 km/u bedraagt. Voldoet de sloep daar niet aan, dan gelden de uitgebreidere regels voor kleine motorschepen.

Een klein stilliggend schip moet ’s nachts in beginsel een wit rondomschijnend licht voeren. Er bestaan uitzonderingen, bijvoorbeeld voor bepaalde veilige ligplaatsen of wanneer een aan de oever gemeerd schip door aanwezige verlichting al voldoende zichtbaar is.

Niet zomaar. Bij slecht zicht gelden naast de verlichting aanvullende vaarregels. Op bepaalde vaarwegen is varen op radar verplicht en moet een schip dat daar niet op radar kan varen een geschikte plaats zoeken om stil te gaan liggen.

Bronnen en actualiteitscontrole

Voor deze update zijn in augustus 2026 onder andere gecontroleerd:

  • het Binnenvaartpolitiereglement, geldende versie vanaf 17 juni 2026;
  • informatie van Rijkswaterstaat over de verschillende vaarreglementen en varen bij slecht zicht;
  • het officiële Feitenboekje 2026 van het Openbaar Ministerie voor actuele boetebedragen.

Controleer bij bijzondere vaargebieden altijd welk lokaal of landelijk scheepvaartreglement daar van toepassing is.

Bekijk ook onze andere berichten

  • Elektrisch varen met ePropulsion buitenboordmotor op kleine boot met twee personen

    april 2026

    Actieradius elektrische boot: hoe ver kun je varen?

    De actieradius van een elektrische boot hangt af van de accu, de snelheid en hoe je vaart. In deze gids ontdek je hoeveel bereik realistisch is en hoe je voorkomt dat je onderweg te kort komt.

    Lees meer »

  • boot op trailer achter auto bij jachthaven, voorbeeld van boot traileren naar het water

    juni 2026

    Boot trailer: regels, rijbewijs en veilig traileren

    Een boot trailer maakt je flexibel, maar je moet wel weten wat mag en waar je op moet letten. In deze gids leggen we uit welke trailer voor je boot past, wanneer je welk rijbewijs nodig hebt en hoe je veilig met je boot op trailer de weg op gaat.

    Lees meer »

  • De 10 grootste boten ter wereld

    maart 2026

    De 10 grootste boten ter wereld

    De grootste boten ter wereld bestaan uit megajachten van meer dan 180 meter, met extreme luxe en techniek. In deze top 10 ontdek je welke schepen het grootst zijn en wat ze zo bijzonder maakt.

    Lees meer »